10 regels voor een correct gebruik

10 regels voor een correct gebruik

1. Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing op het etiket.
2. Draag beschermende kledij. Gebruik rubber laarzen en of rubber handschoenen.
3. Eet niet, drink niet en rook niet tijdens de bereiding en behandeling.
4. Respecteer de voorgeschreven dosis. De aanbevolen dosering is het resultaat van jarenlang onderzoek. Gebruik daarom niet te veel, maar ook niet te weinig van het product.
5. Gebruik niet meer, maar ook niet minder spuitvloeistof voor de te behandelen oppervlakte.
6. Hou rekening met de weersomstandigheden. Groeizame temperaturen (min 12°c) en voldoende droogte na de behandeling (min 8u.) zijn dikwijls ideale toepassingsomstandigheden. Felle wind verwaait de spuitvloeistof en door een te hoge temperatuur verdampt de spuitvloeistof.
7. Reinig na toepassing zorgvuldig alle gebruikte materialen. Spoel 3x en verbruik het restant op de behandelde oppervlakte. Laat het in geen geval terechtkomen in vijvers, sloten, beken of in de riolering. Breng nadien de lege verpakking naar het containerpark.
8. Reinig lichaam en kleding na de toepassing. Gebruik water en zeep.
9. Bewaar gewasbeschermingsmiddelen op een veilige plek. Sluit ze goed af in de originele verpakking en bewaar ze op een veilige plek buiten bereik van kinderen en huisdieren.
10. Respecteer de wachttijden. De wachttijd geeft de tijd aan tussen de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel en de oogst van eetbare producten.